VLIR-VLHORA hogeronderwijsprojecten en adviezen


Learning outcomes

In uitvoering van de overeenkomst van 1 december 2009 tussen enerzijds het Ministerie van Onderwijs en Vorming (opdrachtgever) en anderzijds VLIR en VLHORA (opdrachtnemers), werd een pilootproject "Learning Outcomes" opgestart ter voorbereiding van de uitrol van de Vlaamse Kwalificatiestructuur (decreet van 30 april 2009). In overleg met de VLIR - VLHORA Stuurgroep "Learning Outcomes", voorgezeten door Ludo Melis en Johan Cloet, testte de VLIR - VLHORA procesbegeleider de methode voor het uitschrijven van domeinspecifieke leerresultatenkaders uit, samen met opleidingsafgevaardigden van zowel professionele bacheloropleidingen als academische opleidingen en ook met medewerking van een bachelor-na-bacheloropleiding. De methode werd nader uitgewerkt. Begin 2011 valideerdede NVAO alle domeinspecifieke leerresultatenkaders die haar door de opleidingen "Bouw" en "Communicatie" werden aangeboden. De output van de ingenieursopleidingen wordt als input meegenomen in het vervolgproject dat focust op de academiserende hogeschoolopleidingen en de corresponderende universitaire opleidingen (nieuwe overeenkomst met de overheid, eind 2010).

Aan dit vervolgproject nemen 4 x 2 families deel: “Industrieel Ingenieurs & Biowetenschappen” en “Burgerlijk Ingenieurs & Bio-Ingenieurs”; “Architecten” en “Ingenieurs-Architecten”; “Toegepaste Taalkunde” en “Taal- en Letterkunde”; “Handelswetenschappen” en “Economie”. Net zoals het pilootproject wordt het pilootproject begeleid door VLHORA en VLIR. Het vervolgproject werd in het voorjaar 2011 gelanceerd vanuit de bekommernis om de profielen van elk van de betrokken opleidingen te bewaken, ook in de context van integratie van academische hogeschoolopleidingen binnen de universiteiten. Het project wordt medio 2012 afgerond.

Op 13 december 2011 sloten VLIR en VLHORA een derde overeenkomst af met de overheid. Via co-financiering worden er in het kalenderjaar 2012, onder begeleiding van VLIR en VLHORA, domeinspecifieke leerresultatenkaders aangemaakt voor de opleidingen die als eerste aan bod komen in de volgende visitatieronde (2012-2019). De DLR zullen als referentiekader gehanteerd worden in het nieuw visitatie- en accreditatiestelsel.


Macrodoelmatigheid

Jaarlijks vraagt de Erkenningscommissie Hoger Onderwijs aan de VLIR en de VLHORA advies over de macrodoelmatigheid van de aangevraagde nieuwe opleidingen. Sinds zijn oprichting staat de VLUHR in voor deze adviesverlening.

In 2011 werd een nieuwe procedure toegepast. De VLIR maakte de voorsteladviezen op voor de aanvragen voor nieuwe universitaire opleidingen en de VLHORA de voorsteladviezen voor aanvragen van opleidingen met een professionele gerichtheid. Voor de aanvragen van academische opleidingen aan de hogescholen maakten de VLIR en de VLHORA samen een voorsteladvies op. Instellingen konden verzoeken om een gezamenlijke behandeling van hun dossier. De VLUHR bracht vervolgens alle adviezen samen.

Op 26 april 2011 bekrachtigde de Algemene Vergadering van de VLUHR via schriftelijke procedure de 19 adviezen voor verzending naar de erkenningscommissie.

Naar boven

Lijst opleidingen, afstudeerrichtingen en vestigingen

Het Onderwijsdecreet XXI gaf de VLUHR de opdracht een lijst op te stellen van alle bachelor- en masteropleidingen die de hogeronderwijsinstellingen in het academiejaar 2010-2011 aanboden. De lijst met de situatie van 2010-2011, werd in een Besluit van de Vlaamse Regering vastgelegd, om van kracht te blijven in de academiejaren 2011-2012 en 2012-2013, met slechts beperkte mogelijkheden tot wijziging.

De VLUHR stelde de lijst op in samenwerking met alle Vlaamse hogeronderwijsinstellingen en in overleg met de afdeling Hoger Onderwijs van het Vlaamse ministerie. De lijst bevat, gerangschikt per instelling, de graad en de kwalificatie van de opleidingen, de afstudeerrichtingen binnen de opleidingen en de vestiging waar opleiding en afstudeerrichting worden aangeboden. De lijst werd door de VLUHR officieel goedgekeurd in haar Algemene Vergadering van 24 juni 2011.

Naar boven

Adviezen

De VLUHR werd in 2011 gevraagd om advies te geven over de equivalentie met Nederlandse diploma’s. Op eigen initiatief bracht ze een advies uit over de taakverdeling tussen stakeholders inzake elders verworven competenties (EVC).

Naar boven

Equivalentie Nederlandse diploma’s

Op 17 september 2010 keurde de Vlaamse Regering het Besluit houdende vaststelling van de academische gelijkwaardigheid van Nederlandse diploma’s van het hoger onderwijs goed. In hun positief advies over bovenstaand besluit gaven de hogeronderwijsinstellingen aan principieel in te stemmen met de plannen om efficiënte erkenningsprocedures uit te werken met Nederland. De instellingen benadrukten dat de voorgestelde regeling slechts van kracht kon worden wanneer de equivalentielijst ook geldt in Nederland. Er werd aangeboden om in een internationaal samenwerkingsverband mee te werken aan het opstellen van de equivalentielijst.

In 2011 legde de overheid een ontwerp van equivalentielijst voor aan de VLUHR. De VLIR en de VLHORA legden hun opmerkingen samen en besloten gezamenlijk geen positief advies te geven. Reden hiervoor waren: 
  • het tekort aan informatie over de gehanteerde criteria bij het opstellen van de lijst,
  • de talrijke opmerkingen over de specifieke opleidingen in de lijst.

De VLUHR verwees naar de volgende principes in het antwoord aan de overheid:
  • er mag geen substantieel inhoudelijk verschil bestaan tussen de voorgestelde opleidingen; het instrument om mogelijke verschillen te detecteren zijn de Learning Outcomes,
  • de structuur van het Vlaamse hoger onderwijs en de Vlaamse kwalificatiestructuur moet gerespecteerd worden,
  • er moet een duidelijke één op één equivalentie tussen twee opleidingen zijn om de gelijkwaardigheid automatisch te kunnen toekennen,
  • een equivalentielijst is altijd een momentopname, de equivalenties kunnen slechts een beperkte geldigheid in de tijd hebben,
  • de taal van een opleiding heeft geen belang bij het vastleggen van equivalenties.

De VLUHR herhaalde het aanbod tot constructieve samenwerking.

Naar boven

Taakverdeling EVC

Naar aanleiding van de evaluatie van het Flexibiliseringsdecreet werd een overleggroep opgericht om de taken rond de Eerder Verworven Competenties (EVC) uit te klaren. Deze groep werkte een voorstel uit dat na bespreking en goedkeuring door de VLIR en de VLHORA, door VLUHR werd verzonden naar de minister van Onderwijs op 5 juli 2011en het nieuwe Agentschap voor Kwaliteitszorg voor Onderwijs en Vorming. Het voorstel bevat een geheel van afspraken voor een efficiënte en effectieve taakverdeling rond EVC tussen alle betrokkenen.

Naar boven

Uitbreiding van de studieomvang

Onderwijsdecreet XXI regelt de procedure voor de uitbreiding van de studieomvang van masteropleidingen, van 60 naar 90 of 120 studiepunten. Heel wat masteropleidingen van de hogescholen en de universiteiten dienden eind oktober 2011 een aanvraag in tot uitbreiding van de studieomvang bij de Erkenningscommissie Hoger Onderwijs. Redenen voor de aanvraag tot uitbreiding zijn: 
  • te voldoen aan de ontwikkelingen binnen specifieke wetenschapsdomeinen;
  • zo optimaal mogelijk tegemoet te komen aan de professionaliserings- en specialisatievraag van de arbeidsmarkt en de vraag tot academisering van de overheid; 
  • de Vlaamse opleidingen qua studieomvang gelijk te schakelen met gelijkaardige opleidingen buiten Vlaanderen, in het kader van mobiliteit en erkenning van diploma’s.


In 2011 werd voor een groep opleidingen een aanvraagdossier opgemaakt. De minister moet hierover uitspraak doen voor 1 april 2012.

Naar boven

Nieuws

Raadpleeg hier de visitatierapporten
Lees meer...
Raadpleeg hier de Handleiding voor externe kwaliteitszorg
Lees meer...
Meer weten over learning outcomes?
Lees meer...